Sinds 1984 is de Wet Afbreking Zwangerschap (WAZ) van kracht.
In deze wet staat hoe de abortushulpverlening in Nederland is geregeld.
Enkele belangrijke voorwaarden die in de wet worden genoemd zijn:
- Abortus mag alleen plaatsvinden in ziekenhuizen en klinieken die daar een vergunning voor hebben.
- Vrouwen die een abortus overwegen moeten eerst een (huis)arts raadplegen hiervoor, maar dit hoeft niet de eigen huisarts te zijn. De behandelend arts moet nagaan of de vrouw vrijwillig en zorgvuldig een besluit heeft genomen (een zorgvuldigheidseis).
- Er moet sprake zijn van een noodsituatie.
- Bij een zwangerschap die langer duurt dan 16 dagen na de eerste dag van de verwachte menstruatie, moet een bedenktijd van 5 dagen in acht wordt genomen.
- De verplichte bedenktijd gaat in op het moment dat een arts de zwangerschap heeft vastgesteld.
In de wet wordt niet gesproken over de positie of de rol van de partner of verwekker.
Een abortus kan uitgevoerd worden tot het moment dat de foetus buiten het lichaam van de moeder levensvatbaar is. Officieel is die termijn gesteld op 24 weken, maar artsen houden in de praktijk vrijwel altijd een termijn van 22 weken aan. Artsen zijn verplicht gevallen van late zwangerschapsafbreking (na 24 weken) en levensbeëindiging bij pasgeborenen te melden (bron en meer informatie: www.rijksoverheid.nl).